Wat als jouw woorden jouw realiteit vormen?

Misschien vormen woorden meer dan we denken.
Misschien luisteren onze cellen mee.
En misschien begint verandering niet bij doen,
maar bij wat we hardop zeggen.

Wat als elk woord dat je uitspreekt niet zomaar verdwijnt in de lucht, maar zich vastzet
in je lichaam,
in je zenuwstelsel,
in het veld om je heen?

Wat als taal geen beschrijving is van de werkelijkheid,
maar een ingreep erin?

Dan is spreken geen bijzaak meer.
Dan is het een bewuste keuze, een vorm van scheppen.


In de quantumfysica bestaat het idee dat de waarnemer invloed heeft op het waargenomene.
Dat wat je aandacht geeft, zich organiseert. Manifesteert.
Woorden zijn aandacht in beweging.

Wanneer je zegt:
“Ik ben kapot.”
“Ik ben doodmoe.”
“Het is om te janken.”

Dan hoort je lichaam geen grapje, geen overdrijving, geen stijlfiguur.
Het hoort een instructie.

Het lichaam is letterlijk.
Het werkt niet met ironie.
Het antwoordt met spanning, vermoeidheid, samentrekking.

Alsof elke zin een regel code is die wordt uitgevoerd.

Het was één van mijn uitspraken: ‘Ik ben kapot!’ Waarop mijn ex me toebeet: ‘Je bent niet kapot! Je bent gewoon moe.’

Wist ik toen maar wat ik nu weet. Want woorden hebben scheppingskracht. Zeker als ze regelmatig worden herhaald.


Woorden worden niet alleen gehoord door anderen, maar ook door je eigen lichaam, je eigen cellen.

Je botten.
Je spieren.
Je adem.
Je hartslag.

Zeg je vaak dat iets “zwaar” is, dan voelt het leven zwaar.
Zeg je dat iets “niet te doen” is, dan trekt je systeem zich alvast terug.

Niet omdat je zwak bent — maar omdat je lichaam loyaal is. Het gelooft je op je woord…


Het oude abracadabra betekent vrij vertaald: “Ik schep terwijl ik spreek.”

Taal was ooit magie.
Niet zweverig, maar precies.
Woorden waren formules.
Klanken droegen richting.

En ergens onderweg zijn we ze achteloos gaan gebruiken, alsof ze geen gewicht meer hebben.

Maar woorden wegen nog steeds. Ze resoneren. Ze blijven hangen.


Wat als je jezelf eens zou horen spreken alsof je naar iemand luistert van wie je houdt?

Zou je jezelf zo toespreken?
Zou je die zinnen hardop tegen een kind zeggen?
Tegen je hart?
Tegen je toekomst?

Niet om alles positief te maken. Niet om pijn te ontkennen.
Maar om eerlijker te worden in wat je werkelijk bedoelt.

“Dit raakt me.”
“Dit kost energie.”
“Dit is veel, en ik adem.”

Dat zijn zinnen die ruimte laten en je niet ondermijnen terwijl je ze uitspreekt.


Bewust taalgebruik gaat niet over censuur.
Het gaat over afstemming.

Over voelen:
wat zet ik nu in beweging met deze zin?

Soms is stilte al een herschrijving.
Soms is een ander woord een andere werkelijkheid.

En soms is het simpelweg dit besef:

👉 Wat je zegt, ben je zelf — in wording.

Dus misschien is de echte vraag niet: Wat zeg ik? >> Maar: Wie word ik, terwijl ik spreek?

Afbeelding door AI op basis van mijn hersenspinsels over woorden.