Een nieuw boek!

Voorwoord

Ik ben weer een boek aan het schrijven. Naast deel van 5 van de Zwart Bloed Reeks en zelfs een Spin-Off ben ik nu ook met een heel ander genre bezig. Het is een boek over mijn weg naar een betere gezondheid en mijn ervaringen met de Wet van Aantrekking. Over het pad dat ik momenteel bewandel tot het moment dat het bij de lezer ligt.

Waarom? Omdat ik hoop dat ik anderen met mijn ervaringen kan helpen, kan inspireren…

Toen ik dit boek begon te schrijven, startte ik helemaal bij het begin. Laat ik het anders zeggen: Ik begon bij DE dag die de afgelopen twee jaar in mijn geheugen gegrift stond als Het begin.

Binnen een uur rolden 1500 woorden zo uit mijn vingertoppen. BAM. Ik was lekker bezig zo! Blijdschap voelde ik echter niet. Nou, ja. Misschien wel een beetje, want het was lang geleden dat ik zoveel woorden in zo’n korte tijd op had weten te vormen tot een samenhangend iets. Maar omdat ik inmiddels heel goed weet hoe de Wet van Aantrekking werkt, voelde ik al snel dat ik mijn huidige staat van ZIJN aan het saboteren was door hetgeen ik aan het opschrijven was. Maar hoe kan ik dan vertellen wat ik wil vertellen zonder al die oude stukken naar het heden te halen? Ik merkte namelijk dat ik door de situatie op te schrijven de herinneringen begon te herbeleven in mijn hoofd. Maar ook de emoties die daar toentertijd mee gepaard gingen kwamen mee. Het duurde dan ook niet lang eer de lichamelijke klachten zich ook weer begonnen te manifesteren. Ik voelde me weer helemaal zoals ik me toen voelde. En dat was niet handig. Als er iets is dat ik achter me wil laten is het die periode wel.

Zo werkt de Wet van Aantrekking nou eenmaal. Je denkt aan iets, voelt een, in dit geval zelfs intense) emotie, en je trekt het naar je toe. En aangezien dit gebeuren in het verleden aardig wat momentum had gekregen, had dit nu maar een klein zetje nodig om alles met een rotvaart terug te laten komen.

(Voor uitleg over momentum, klik hier)

Ik noemde DIE bewuste dag het begin. Terwijl die dag natuurlijk nooit het begin kon zijn. Want de vijfentwintig jaar daarvoor heb ik onbewust naar die bewuste dag toegewerkt. Ik leefde al die jaren in overlevingsmodus, in boosheid, verdriet en frustratie. En dat had mijn lichaam gesloopt. Toch had ik al veel eerder waarschuwingen gehad. Het voorstadium van baarmoederhalskanker en twee keer een burn-out was voor mij toen echter nog geen reden om op de rem te gaan staan en mijn gedrag te veranderen. Dat punt kwam pas toen ik geen kant meer op kon. Tot dat moment luisterde ik meer naar het commentaar van anderen en leefde naar de eisen van mijn omgeving in plaats van dat ik luisterde naar mijn lichaam. Ik ben er nu achter dat ik door een constante toevoer van stresshormonen de genetische basis van mijn lichaam had veranderd.

De gewaarwording dat ik mijn lijf zover had gesloopt dat ik feitelijk niets meer kon en de woorden van de arts dat dit iets was waar ik maar mee moest leren leven was voor mij het keerpunt. Dit wilde ik niet! Ik was net 50 geworden en had nog een heel leven voor me. Ruim anderhalf jaar daarvoor had ik de liefde van mijn leven gevonden. Ik had twee kinderen in de leeftijd van 13 en 15 die mij nodig hadden. Het kon gewoon niet. En zo wilde ik niet oud worden, en zo wilde ik al helemaal niet herinnerd worden! Het wekte een vechtlust in me op. En een verlangen naar een fit en gezond lichaam. Dus eigenlijk was die dag HET BEGIN. Het begin van een nieuw leven. Van een nieuwe Shirley.

Het keerpunt was voor mij het moment dat ik besefte dat ik nu echt op de bodem van het ravijn was aanbeland. Ik kon twee dingen doen: Blijven zitten waar ik zat, dus me overgeven aan de prognose die mijn arts me had gegeven en mezelf wentelen in zelfmedelijden, of ik kon beginnen met dat ravijn uit te klimmen. Helaas is het vaak nodig om op zo’n absoluut dieptepunt te belanden voordat we eindelijk de keuze maken om ons leven om te gooien. Ik wist dat ik zelf ervoor had gezorgd dat ik hier terecht was gekomen. Ik wist intuïtief dat ik in mijn hoofd mijn neurologische verbindingen zo had aangepast dat ik geen aanraking meer kon verdragen, dat mijn lichaam bij het minste of geringste totaal overprikkeld raakte en ik niets meer kon. Het is een rare gewaarwording. Alsof je door vloeibaar cement waadt en niet doorhebt dat het hard wordt, tot het moment dat je je niet meer kan bewegen. Je zit vast. Ik kon wel doorgaan, maar mijn lijf stond op het punt om uit te vallen. Natuurlijk heb je het wel door, maar we zijn zo geprogrammeerd dat je niet moet klagen, maar dragen. Vooral als er aan de buitenkant niets te zien is. Je kan beter een gebroken been hebben, dan is het zichtbaar wat je hebt en hoef je jezelf niet te verklaren.

Mijn lichaam had me natuurlijk allang meerdere waarschuwingen  gegeven dat ik op het verkeerde pad was, maar ik was toen nog niet bij machte om het roer om te gooien. Ik had het voorstadium van baarmoederhalskanker achter me gelaten. Mijn huisarts had toentertijd zeer snel gehandeld door me onmiddellijk door te sturen naar het ziekenhuis waar mijn gynaecoloog nog geen week later de foute cellen met een simpele operatie kon wegsnijden. Een burn out? Je bent een beetje moe. Kop op. Stel je niet aan. Hoe was dat nou mogelijk? Ik was thuis gebleven om voor de kinderen te zorgen, dus waar kon ik nou moe van zijn? Ik werkte niet. Ik was een lui secreet. Te belazerd om iets te doen. Ik liet graag anderen voor me werken. Vanuit mijn omgeving kreeg ik alleen maar commentaar. Ook op het honkbalveld kreeg ik kritiek. Oh daar hebben we de grote afwezige. Kom je ook weer een keer kijken?

Mijn dochter van toen vijf (eerste burn-out) legde op een dag bezorgd haar handje op mijn arm en vroeg me of het wel ging. Ik schrok. Het was niet de bedoeling dat zij over mij ging moederen. Dus zodra ik ook maar een beetje energie had ging ik weer in de 5e versnelling en snelde met dezelfde vaart af op een volgende, en zo mogelijk, nog zwaardere burn-out. Mijn huisarts stuurde me door naar een psycholoog met de mededeling dat ik depressief was. Uhm, ja, mijn gevoelens waren afgestompt. Ik was volstrekt emotieloos. En tegelijkertijd liep ik rond met die grote zwarte wolk in mijn buik. Er waren veel dagen dat ik liever in bed wilde blijven liggen met de dekens over mijn hoofd, maar ik had twee kindjes voor wie ik er moest zijn. Depressief? Nee, hoor dokter. Onzin. Ik wil gewoon doorgaan met mijn leven. Maar ondertussen ging ik zachtjes dood van binnen.

De psycholoog had gelukkig heel veel humor: Oh, u bent die vrouw die ik net in de wachtkamer zag zitten met die grote S op haar borst. Hij vertelde me dat ik geen supervrouw hoefde te zijn. Ik hoefde geen perfecte moeder, vrouw, dochter, vriendin te zijn, maar gewoon Shirley met al mijn gebreken. Ik hoorde de woorden en was bijdehand genoeg om de juiste dingen te terug zeggen. Ik wist het ook allemaal wel. In mijn hoofd. Maar het schortte nogal aan de uitvoering ervan.

Het roer compleet om gooien? Hoe dan? Ik wist gewoon niet dat dit kon. Ik leefde mijn leven en “shit happens” gewoon. Er gebeurden dingen met mij en met mensen om me heen die met geen pen te beschrijven waren. Ik was boos, verontwaardigd en gefrustreerd vanwege de dingen die ik meemaakte en zag gebeuren met mensen om wie ik gaf. Ik voelde me verontwaardigd, ontsteld, belazerd, buitengesloten, belogen en bedrogen tot het punt waarop ik zelfs mijn hart voelde breken.

En al die tijd klaagde ik erover, zoals heel veel mensen doen, en herhaalde keer op keer wat voor, soms zelfs bizarre, dingen mij in mijn leven waren overkomen, wat ik had meegemaakt en wat een kut wereld het toch was. Want al die dingen waren MIJ overkomen. Ik zei wel eens dat ik zelf wel een soapserie kon gaan schrijven, alleen dat het nooit uitgebracht zou worden, zo ongeloofwaardig was het.

Na mijn 2e burn-out, in 2013, kwam alles in een stroomversnelling. In een paar maanden tijd stopte ik met bandmanagement, ging scheiden en mijn vader overleed. Ik kwam in de bijstand terecht en kreeg hier zoveel extra stress van dat ik op zoek ging naar een baan. Toen ik dat besluit had genomen en dit kenbaar had gemaakt bij mijn begeleider had ik binnen drie dagen een baan. Achteraf gezien was dit nou wat ze noemen bewust manifesteren. Ik wilde een baan. Ik moest een baan en zou er een krijgen. Binnen drie dagen nadat ik dit besluit met een krachtige intentie had genomen en het hardop had uitgesproken werd ik aangenomen. Nu 7 jaar later werk ik er nog.

Maar ondertussen verguisde ik mijn leven tegenover iedereen die het wilde horen en deed ik luchtig over de lichamelijke klachten. Ik sleepte mezelf vooruit en kreeg amper mijn voeten opgetild. Mijn geheugen deed het niet meer. Ik was zelfs even bang dat ik aan het dementeren was. Gelukkig vond de dokter iets: tekort aan vit. D. Blij dat er eindelijk iets was gevonden slikte ik braaf mijn supplementen en ging weer vol gas door.

Helaas was dit ook niet de oplossing. Maar ik stak mijn kop in het zand en schoof de klachten af op de overgang. Ook toen ik niet meer kon lopen van de pijn. Ik bleef doorgaan en ging zelfs Ierse danslessen volgen. Het ging wel weer over. Dacht ik. (Dommie. Hoelang kun je doorgaan met slopen) Maar het ging dus niet over. Integendeel. Een maand later werd ik opgenomen in het ziekenhuis met een zware darmontsteking. En zelfs toen nam ik het nog niet serieus. Ik voelde me schuldig tegenover mijn kinderen, tegenover mijn werkgever en tegenover mijn partner. Mijn eerste prioriteit was dus om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan en mijn taken weer op te pakken.

Tot het moment, een paar maanden later, dat ik verslagen bij de arts zat en een diagnose kreeg waarmee ik maar moest leren leven. Fybromyalgie. Ze kon niets voor me doen. De diagnose is wat het is. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik me neer moet leggen bij de prognose: Levenslang.

Ik kan nu al zeggen dat dit eigenlijk het beste is wat me is overkomen. Anders had ik nooit de stappen genomen om mijn leven om te gooien en als ik heel eerlijk ben, had het veel erger kunnen zijn. Nu heb ik ‘maar’ Fybromyalgie.

Waar ik naartoe wil is dat er mensen zijn die van veel ernstigere ziektes en aandoeningen een comeback hebben gemaakt. Dan moet ik dat met dit toch ook kunnen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.